Oefenvormen

Ploeg – Boordenslag (boordroeien)

Oefen: Op aangeven van de stuur of boeg proberen de bakboordroeiers de boot in drie tot vijf halen op stuurboord te leggen. Zie ook Balans. De stuurboordroeiers proberen dit tegen te gaan en de boot recht te houden. Lukt het bakboord om de boot scheef te leggen, dan heeft bakboord een punt, anders stuurboord. Gebruik eerst de oefening Boot over een boord leggen om te leren hoe een boot scheef gelegd moet worden. Wissel dit af met de vier mogelijke combinaties: (1) bakboord legt op stuurboord, (2) bakboord legt op bakboord, (3) stuurboord legt op bakboord en (4) stuurboord legt op stuurboord.
Type: Motorische oefening. Dit omdat de sensoriek en motoriek van de roeiers getraind wordt.
Doel: Leren om de boot actief recht te houden.
Focus: Focus op de hendel en bepaal bij haal en recover hoe hoog die moet zijn om de boot recht te houden of scheef te leggen. Kijk naar de riggers of boordranden om te zien of de boot recht ligt.
Transfer: De stuur introduceert een balansverstoring door zijn romp opzij te gooien. De ploeg legt direct de boot weer recht. 
Variatie: In plaats van de vier mogelijkheden volgordelijk af te werken, worden ze willekeurig afgewisseld.
In plaats van drie halen, twee halen, één haal of een gevarieerd aantal halen.
In twee, vier en sommige achten, kan ook één of meerdere roeiers gevraagd worden om ieder met hun riem balansverstoringen aan te brengen in plaats van het hele boord. De roeier die het eerste er in slaagt om de boot twee halen op een boord te krijgen roept "Bingo" en heeft een punt.

Ploeg – Tubben
Conditioneel – Tien kleine kaboutertjes
© 2016 - 2022 Jeroen Brinkman