|
|
Balans |
Roeiboten hebben over de lengteas (het rollen) weinig stabiliteit. Het oppervlak van de relatief kleine vin, werkt de zijdelingse rolbeweging nauwelijks tegen. Dat maakt het belangrijk dat de roeier zelf balans houdt.
De principes
Om te begrijpen hoe een roeier balans houdt, is het handig de mechanica te begrijpen die hierbij een rol speelt. Newtons wetten spelen hierbij een rol. Newtons eerste wet geeft aan dat massa niet in beweging wil komen maar bij voorkeur op zijn plaats blijft. Newtons tweede wet geeft aan dat een licht voorwerp gemakkelijker in beweging komt dan een zwaar voorwerp. Newtons derde wet geeft aan dat elke actie een gelijkwaardige reactie in tegengestelde richting geeft. Deze drie wetten samen, zorgen er voor dat wanneer een roeier zijn heupen zijdelings beweegt, het bovenlijf op zijn plek blijft en de boot onder de roeier door rolt. Want roeiboten hebben over de lengteas (het rollen) weinig stabiliteit. Het oppervlak van de relatief kleine vin, werkt de rolbeweging nauwelijks tegen. Een boot met roeiers zonder core stability zal willekeurig naar beide boorden rollen of zelfs heftig wiebelen (rollen). Dit valt te zien aan de dollen die tijdens de recover op en neer gaan (de boot 'stuitert').
De mate waarin de roeier zijn heupbeweging onder controle heeft, kent drie vaardigheidsniveaus.
1. Ongecontroleerd
Een beginnende roeier heeft moeite om zijn heupen stil te houden. Dit valt goed te herkennen doordat de uiteinden van de riggers op en neer stuiteren. Wanneer een rigger tijdens de recover stuitert, zijn de heupen hier dus altijd de oorzaak van. Belangrijk is dat de roeier leert te begrijpen dat de boot niet wiebelt, maar dat hij dat doet. De heupsalza van de roeier is de oorzaak en de rollende boot het gevolg. Niet andersom.
![]() |
||
| Heupbeweging naar bakboord: de boot rolt en de romp blijft verticaal. | Uitgangspositie: boot (geel), romp (rood) en verticaal (blauw) zijn met elkaar in één lijn. | Heupbeweging naar stuur boord: de boot rolt en de romp blijft verticaal. |
Een watervrij recover wordt bij een heupsalza heel lastig. Vanuit het perspectief van de boot met bladen, is het namelijk het water dat tijdens één recover meerdere keren heen en weer schommelt. De bladen raken door de onbalans ongewild het water en de roeier valt terug op het (veilige)
Slifferen.
2. Basaal
Een roeier met basale heupcontrole houdt zijn heupen in principe stil. Echter bij een balansverstoring is de reflex om het bovenlijf (de romp) verticaal te houden nog sterk aanwezig. De massatraagheid van de romp, het grote gewichtsverschil tussen de zware roeier en de lichte boot, en de (reactie)kracht die de roeier op de boot uitoefent, spelen een rol. De poging van de roeier om zijn lichaam boven de boot te houden resulteert daarom in een nog schuiner liggende boot.
![]() |
||
| De boot (en roeier) valt/vallen over stuurboord. | Wat de roeier beoogt maar niet gebeurd: het lichaam weer verticaal boven de boot krijgen. | Wat er daadwerkelijk gebeurt: de hoek van de romp blijft ongewijzigd en de reactiekracht rolt de boot nog verder over stuurboord. |
3. Core stability
Een roeier met core stability houdt zijn romp permanent in lijn met de boot. Eigenlijk op precies dezelfde manier waarop een mast op een zeilboot staat of een fietser op zijn fiets zit. Wanneer het bovenlijf met de boot mee roteert, wordt het rollen van de boot tegengewerkt door de massatraagheid van de romp. Dit kan alleen worden gedaan door de heupen zijdelings te fixeren (core stability).
De roeier kan zijn benen gebruiken gebruiken om de boot in balans te houden. Wanneer de boot met roeier over stuurboord valt worden de knieën naar bakboord gebracht en vice versa.
![]() |
||
| De boot rolt over bakboord, de roeier fixeert zijn heupen waardoor de roeier’s rompmassa deze beweging tegenwerkt (massatraagheid). | Uitgangspositie: boot (geel), romp (rood) en verticaal (blauw) zijn met elkaar in één lijn. Zie ook: Balansplankje. |
De boot rolt over stuurboord, de roeier fixeert zijn heupen waardoor de roeier’s rompmassa deze beweging tegenwerkt (massatraagheid). |

Een roeier zit in de boot zoals een fietser op zijn fiets
Balans (leren) houden
Met de heupen kan een boot rustig worden gehouden, maar niet recht worden gelegd. Daarvoor is een hendelbeweging noodzakelijk. Wanneer het blad/de bladen onder water is/zijn, dan bepaalt de hoogte van de handen/hendel of de boot in balans is (recht ligt). De positie is hierbij leidend. Anders is dit wanneer de bladen boven water zijn (de recover). Dan is het de impuls die bepaald of een boot recht ligt. Wordt een hendel snel naar beneden gedrukt, dan zal die rigger ook naar beneden gaan. Daarmee kan de balans worden hersteld. Eigenlijk is dit vergelijkbaar met de wijze waarop een koorddanser zichzelf in evenwicht houdt.
Het houden van balans met de riemen lijkt veel op de wijze waarop een koorddanser zich in evenwicht houdt.
Balans kan alleen worden aangeleerd in boten die
Cybernetisch leren toelaten. Dat zijn de boten die de roeier feedback geven wanneer hij zijn hendel(s) verticaal op en neer beweegt. Dat zijn bij scullen Skiff of C1, en bij boordroeien de boordtwee en de (on)gestuurde boord C2. Dat impliceert ook – en daar is onvoldoende aandacht voor – dat balans houden niet in wherry’s en scull C-boten aangeleerd kan worden. Integendeel zelfs. In deze boten leert de roeier dat het er niet zo veel toe doet hoe de handen en de romp gehouden worden. De boot is log en zwaar en reageert daarom nauwelijks op individuele bewegingen.
Scullen
Een scullboot ligt alleen recht wanneer de handen dicht onder elkaar worden gehouden. Ze raken elkaar bij elke roeibeweging tweemaal aan, eenmaal bij de haal en eenmaal bij de recover. Zie ook:
Handen.

De romp vormt een geheel met de boot, zoals een mast met een schip. De benen helpen de balans te herstellen door de knieën de andere kant op te duwen.
Scullboten liggen zelden op stuurboord en regelmatig op bakboord. De redenen hiervoor zijn de volgende:
Hendels uit elkaar en/of
Rechterhendel naar de heup en/of
Voetenbord niet goed gesteld en/of
Uitlopen.
De laatste twee verdienen enige toelichting. Wanneer het voetenbord te veel naar de roeier toe geplaatst is, worden de hendels nagenoeg permanent boven elkaar gehouden. Hierdoor heeft de roeier geen ruimte om de balans bij de uitpik te corrigeren. Indien een roeier uitloopt, gaan de handen/hendels in een boog naar de schoot. Dat maakt het niet mogelijk om de rechterhand naar boven te brengen en de boot weer terug op stuurboord te leggen. Zie ook:
Boot over één boord leggen.
Een scullboot wordt:
- op bakboord gelegd door de hendels verder uit elkaar te houden;
- op stuurboord gelegd, door voor de inpik de linker hendel dieper de boot in te duwen en voor de uitpik de rechter hendel omhoog te brengen.
Boordroeien
Tijdens de haal is het de aanhaalhoogte (hoogte van de hendels) die de balans bepaalt en die de boordboot recht houdt. Tijdens de recover is het de wegzetdiepte die de balans bepaald. Dus:
- Tijdens de haal kan de balans worden gecorrigeerd door de hendel aan de zijde waar de boot naar toe valt omhoog te brengen.
- Tijdens de recover kan de balans worden gecorrigeerd door de hendel aan de zijde waar de boot omhoog komt wat dieper de boot in te drukken.

Ligt of valt de boot bij de uitpik over:
- stuurboord, dan haalt stuurboord hoger aan en zet bakboord dieper weg.
- bakboord, dan haalt bakboord hoger aan en zet stuurboord dieper weg.
Ligt of valt de boot bij de inpik over:
- stuurboord, dan drukt stuurboord de hendel omhoog en daarmee de boot weer recht.
- bakboord, dan drukt bakboord de hendel omhoog en daarmee de boot weer recht.
Bijbehorende roeifouten en oefeningen
![]() |
Geen core stability (en balans) |
![]() |
Scull - Geen balans in 1x of C1 |
![]() |
Scull - Geen balans |
![]() |
Boord - Geen balans |
![]() |
Boot over één boord leggen |
![]() |
Boordenslag |
![]() |
Uitpik en wegzet |
![]() |
Strijken |

Roeibeweging
Verbeteraanpak
Woordenboek

Roeitrainingen
Roeifouten
Roeicalculator
Tillen & sturen
Afstellen








