Roeifouten

Roeifouten


Algemeen

Slifferhaal
Ruitenwisserhaal
Appeltaart met slagroom syndroom
Ineengedoken zitten
Beweging in de ruggengraat
Geen core stability (en balans)
Voetenbord niet goed gesteld
Dolhoogte niet goed gesteld

Uitpik

Uitlopen
Blad uitdraaien
Plakkende hendel(s)
Plakkende romp
De schouders optrekken

Recover

Te weinig inbuigen
Te ver inbuigen
Te vroeg rijden
Slifferen
Systematisch het water aantikken
Duikvlucht blad
Niet watervrij roeien
Onvoldoende doldruk houden
Te laat klippen (opdraaien)
Onbeheerst oprijden
Niet ver genoeg oprijden
De boot induiken
Nareiken
Onder je schouders doorrijden
Stilzitten vóór

Inpik

Met/op de romp inpikken
Op de armen inpikken
Blad erin trappen

Haal

De romp te vroeg inzetten
Geen druk na de inpik
Diepen
Door het bankje trappen
Zagen (niet koppelen)
De benen overstrekken
Te vroeg uitpikken
Drukverlies tijdens de haal
Te weinig doorvallen
Te ver doorvallen
Romp over de riem trekken

Scull

Handpositie niet goed
Hendels uit elkaar
Rechterhendel naar de heup
Wijdbeens roeien
Scheef zitten
Vlaggen

Boord

Handen niet goed geplaatst
Binnenarm volledig gestrekt
Uit het boord vallen/scheef zitten
Vlaggen

Ploeg

Geen cadans in de ploeg
Ongelijke haallengte
Ongelijke haalsegmenten
Ongelijke bewegingsvolgorde
Ongelijke uitpik
Ongelijke recover
Ongelijke inpik
Ongelijke krachtverdeling
Geen balans in de scullboot
Geen balans in de boordboot
Geen watervrije recover
Ploeg steunt de slag onvoldoende

Om de tekst leesbaar te houden, is overal de mannelijke aanspreekvorm gehanteerd. Elke roeifout wordt met de volgende vaste indeling omschreven: 

Fout: Een beschrijving van de roeifout, oftewel hoe herken je hem.
Waar-nemen: Met welke waarnemingspunten kun je de fout constateren. Zie ook: Observeren.
Oorzaak: Wat is de oorzaak van de fout.
Gevolg: Waarom is de fout onhandig, wat maakt het belangrijk om hem aan te pakken.
Remedie: Met welke oefeningen kan je deze fout aanpakken. Hierbij is onderscheid aangebracht tussen de verschillende trainingsmiddelen: in de Roeibak, op de roei-ergometer of in de boot. In sommige gevallen verschilt de remedie per trainingsmiddel. Ook komt het voor dat een middel minder geschikt is als de remedie en dan is weggelaten.
Feed-
back:
Op welke manier kan de roeier zelf merken dat hij het goed of fout doet. Kinistetisch (gevoelsmatig), auditief (horen) of visueel (kijken).
Stuur-
stoel:
Hoe kan je de fout waarnemen vanaf de stuurstoel. Indien dit niet mogelijk is, is deze regel weggelaten.

 

© 2016 - 2022 Jeroen Brinkman