De Nederlandse roeihaal

De handen

Voor het maken van een goede haal en om polsblessures te voorkomen, is de juiste stand van de handen essentieel. Bij het scullen (roeien met twee riemen) en het boordroeien (roeien met één riem) zijn de handposities verschillend.


Scullen

De scullhendel wordt vastgeklemd tussen de vingers en de eeltkussentjes net onder de vingers. Daarbij liggen de handen ontspannen op de riem. Dit is te zien in onderstaand figuur. 


Boordroeien

Bij het boordroeien houdt de roeier dus met beide handen één riem vast. Hierbij is er sprake van een binnenhand en een buitenhand:

  • de binnenhand is de hand die aan de kant van de rigger is;
  • de buitenhand is de hand die aan het uiteinde van de hendel is.

Naar analogie kan ook worden gesproken over binnen/buitenbeen, -arm en -schouder. De handen in lijn met de schouders op de hendel geplaatst:

  • De binnenhand draait de riem en blijft altijd op de hendel gefixeerd. Omdat bij de inpik de riem schuin staat, is de buitenhand verder weg dan de binnenhand. Om hiervoor te compenseren is de binnenarm licht en ontspannen gebogen. De buitenarm is dan volledig gestrekt.
  • De buitenhand houdt de hendel aan het einde vast. Alle vingers zijn om de riem heen geplaatst, ook de pink. Deze wordt tegenwoordig niet meer op de kopse kant maar op de riem geplaatst, om de kans op peesontstekingen te reduceren. De buitenhand stuurt het blad en bepaalt de hoogte van het blad boven het water.


Inpik De recover
© 2016 - 2024 Jeroen Brinkman