Roeihaal

(Om)kijken

Goed (om)kijken is niet vanzelfsprekend: te vaak bederft het roeiplezier, te weinig verhoogt het aanvaringsrisico. Laten lopen om te kunnen omkijken, brengt de gemiddelde bootsnelheid enorm naar beneden en dat is niet handig.

Omgevingsbewustzijn

Belangrijk is dat een roeier niet alleen kijkt maar ook omgevingsbewustzijn opbouwt:

  • welke positie heeft de boot op de waterweg (kanaal, rivier of gracht);
  • wat zijn de handige stuurlijnen;
  • welke obstakels en ander boten zijn aanwezig en welke vormen een potentieel gevaar.

Orienteren

Daarvoor is het 360 graden om je heen kijken belangrijk:

  1. Wanneer je in het verlengde van je achterpunt kijkt, ligt de boot dan recht op de vaarweg? Of heeft hij een hoek?
  2. Wanneer je zijdelings de afstand van je bladen tot de oever bekijkt, lig je dan aan bakboord, in het midden of aan stuurboord van de vaarweg?
  3. Wanneer je over je schouder ver vooruit kijkt, wijst de punt van de boot dan naar de plek waar je heen wilt varen?
  4. Wijst je achterpuntje nog de goede kant op? Wanneer de voorpunt precies naar de goede richting wijst, onthoudt dan waar de achterpunt naar toe wijst. Zolang de achterpunt naar diezelfde plek wijst, dan kan het niet anders dan dat de boot de goede richting op blijft gaan. Voor- en achterpunt liggen immers in elkaars verlengde.

Wanneer je op een rechte vaarweg roeit, hoef je dus alleen maar om te kijken om te bepalen of er obstakels en/of tegenliggers zijn. De positie op de vaarweg kun je bepalen zonder omkijken.

Omkijken

Goed omkijken gaat als volgt:

  • Draai het hoofd bij de inpik opzij, zodat je tenminste opzij en bij voorkeur schuin naar achteren kijkt.
  • Roteer bij de uitpik de romp, zodat je volledig achterom kunt kijken.
  • Zorg er voor dat de hendels niet stil staan maar blijven doorbewegen.
  • Kijk niet alleen om over de voorkeursschouder, daarbij kan geen goed beeld worden gevormd. Zorg er dus voor dat beurteling over beide schouders wordt omgekeken. Zie ook: Omkijkoefening

Het is bij het kijken heel belangrijk dat de roeier niet alleen maar kijkt of er iets aankomt. Goed omkijken omvat de volgende drie zaken;

  1. Maak een ‘mentale kaart’ van wat er voor de boot ligt. Weet welke obstakels en boten er nog meer zijn.
  2. Bepaal of sturen noodzakelijk is, zo ja leg de voorpunt op de goede koers en hou deze vast door de achterpunt op een vast punt in het landschap te richten.
  3. Bepaal wanneer er weer moet worden omgekeken.

In bovenstaand voorbeeld ziet de skiffeur dat er een boom, een twee en een vier op het water zijn. Zijn observaties:

  1. De vaarweg maakt geen bocht: geen actie nodig.
  2. De boom ligt in de weg: naar bakboord uitsturen en de koers met behulp van de achterpunt vasthouden.
  3. De twee vaart even snel in dezelfde richting: geen actie nodig.
  4. De vier vaart naar het midden van de vaart: voor de boom opnieuw over de rechterschouder omkijken of er nog steeds voldoende ruimte is.

Spiegeltjes

Wanneer het lastig wordt om over de schouder om te kijken, kunnen spiegeltjes een uitkomst zijn. Spiegels komen in drie varianten zoals hieronder weergegeven: een petspiegeltje, een spiegelbril of spiegels op de boot.

Sturen

Het sturen van een boot gebeurt door met een van de twee hendels een kortere haal te maken. Het blad aan de zijde van de langere haal zal meer stuwen dan het blad aan de andere kant, waardoor de boot een bocht maakt. Wanneer een scullboot een afwijking vertoont naar bakboord, is de Rechter hendel naar de heup fout vrijwel altijd de oorzaak.


Ritme Ritme
© 2016 - 2026 Jeroen Brinkman