Oefeningen

Beheersing – Boot over één boord leggen

Oefen: De boot drie halen op bakboord leggen, drie halen recht leggen, drie halen op stuurboord leggen en weer drie halen recht, enzovoort. Dus: bakboord – recht – stuurboord – recht. Belangrijk is dat de boot bij de inpik subtiel op het boord gelegd wordt, zodat watervrij roeien mogelijk blijft. Zie ook Balans.
Boordroeien: ene boord dieper wegzetten en hendel dieper door de boot, ander boord hoger inpikken & hoger aanhalen.
Scullen naar bakboord: door de hendels verder uit elkaar te houden.
Scullen naar stuurboord: door (1) de handen tijdens haal en recover tegen elkaar aan te laten tikken en (2) voor de inpik de linkerhendel dieper de boot in te duwen en (3) bij de eindhaal de rechterhendel hoger naar de borst te trekken. 
Type: Motorische oefening. Maakt gebruik van een Differentiële aanpak.
Doel: Leren om actief balans te houden door te hendelen. Leren om balansverstoringen (boordroeien en scullen) bij de in- en uitpik te herstellen door de boot weer recht te leggen.
Scullen: Scullers hebben tijd nodig om te leren de boot op stuurboord te leggen. Ze zullen de techniek eerst in skiff of C1 onder de knie moeten krijgen, voordat deze in een ploegboot gebruikt kan worden. Het is verstandig het moeilijkste gedeelte eerst onder de knie te krijgen door de skiff of C1 permanent op stuurboord te leggen. Daarna afwisselend de boot op stoorboord, recht en bakboord leggen.
Boord-roeien: Leg de ploeg stil met verticaal blad bij de uitpik en laat eerst het ene boord een paar keer de hendels naar beneden duwen en vervolgens het andere boord. De roeiers merken dat de boot naar hun boord toe valt. Zet daarna de roeiers met verticaal blad in een inpikhouding op halve bank en laat achtereenvolgens eerst het ene en dan het andere boord de buitenhand omhoog brengen. De roeiers merken dat de boot van hun boord af valt. Hiermee is het principe aanschouwelijk gemaakt. Start daarna de oefening.
Focus: Let op de boot: ligt deze consequent scheef/blijft deze helemaal recht. Kijk naar de hoogte van de boordranden of de hoek van de riggers. Zorg ervoor dat het rollen van de boot strak bij de inpik (of uitpik) gebeurt. 
Variatie: Voer de oefening uit in twee halen of slechts één haal. Roteer de boot alleen bij de uitpik of inpik.
Gestuurde boten: de roeiers leggen op aangeven van de stuur de boot niet bij de inpik maar bij de uitpik scheef dan wel recht.
De stuur leunt op een willekeurig moment over naar een van de boorden en introduceert daarmee een balansverstoring. De ploeg legt de boot weer recht. 

Beheersing – Afstand in minimaal aantal halen
Beheersing – Omgekeerde pyramide
© 2016 - 2024 Jeroen Brinkman