Roeifouten

Ploeg – Geen cadans in de ploeg

Fout: Het ritme van de roeibeweging is niet goed. Een gebrek aan ritme manifesteert zich in de volgende fouten:
1. het keren bij de uitpik op romp en armen gebeurt te traag (Plakkende hendels en Plakkende romp)
2. het oprijden is te traag (Appeltaart met slagroom syndroom);
3. de beentrap is niet snel genoeg (Geen druk na de inpik);
4. de hendelversnelling is niet genoeg om te compenseren voor de bootversnelling (Drukverlies tijdens de haal);
De Ruitenwisserhaal is – als deze collectief wordt gemaakt – een verschijningsvorm van deze fout.
Waar-
nemen:
Benen: kijk naar de snelheid waarmee de knieën platgetrapt worden.
Hendel: kijk naar de snelheidsverschillen in de hendel.
Romp: kijk naar de keersnelheid van de romp bij de uitpik.
Oorzaak: Een verkeerd haalbeeld of technisch onvermogen. Een trage initiële wegzet zorgt ervoor dat de roeier dit op de sliding moet inhalen en veroorzaakt het zogeheten jagen waarbij de slag zicht voelt opgejaagd. Geen beentrap en versnelling in de hendel, zorgt ervoor dat het blad niet snel wordt vastgezet en de druk niet wordt vastgehouden: de boot komt niet op snelheid.
Gevolg: De boot loopt niet door en er is veel ongelijkheid. Roeiers hebben moeite om te synchroniseren. Snelheidsverlies.
Remedie
boot:
 Achtereenvolgens een stuk roeien met de volgende oefeningen.
1. Het keren bij de uitpik versnellen met de oefening Rompsmijten.
2. De gelijkheid in de recover realiseren met Recover volgorde oefenen.
3. Een stuk roeien waarbij de roeiers gevraagd wordt voor de inpik de armen gelijktijdig omhoog te brengen ("hoera!") en vervolgens de benen weg te trappen alsof er een sprong gemaakt wordt ("hoera en spring!").
4. Een stuk roeien met hoera en spring gevolgd door een versnelling van de handle(s) tot aan het rustpunt boven de knieën.
Feed-
back:
Luisteren naar het geluid van de haal.
Stuur-
stoel:
Luisteren naar het geluid van de haal.

Boord – Vlaggen
Ploeg – Ongelijke haallengte
© 2016 - 2022 Jeroen Brinkman