Taft
|
|
Kunststof doek waarmee de bovenzijde van een houten boot aan voor- en achterkant is dichtgemaakt. |
Te laat klippen (opdraaien)
|
|
Roeifout waarbij de roeier te laat zijn blad verticaal draait. Zie ook: Te laat klippen (opdraaien). |
Onbeheerst oprijden
|
|
Roeifout waarbij de roeier niet goed naar voren oprijdt. Zie ook: Onbeheerst oprijden. |
Te ver doorvallen
|
|
Roeifout waarbij de roeier zijn romp te ver naar achteren laat doorvallen. Zie ook: Te ver doorvallen. |
Te ver inbuigen
|
|
Roeifout waarbij de roeier zijn romp te ver naar voren inbuigt. Zie ook: Te ver inbuigen. |
Te vroeg rijden
|
|
Roeifout waarbij de roeier te vroeg zijn benen buigt. Zie ook: Te vroeg rijden. |
Te weinig doorvallen
|
|
Roeifout waarbij de roeier na zijn uitpik te rechtop zit. Zie ook: Te weinig doorvallen. |
Te weinig inbuigen
|
|
Roeifout waarbij de roeier na het inbuigen te rechtop zit. Zie ook: Te weinig inbuigen. |
Tempo
|
|
Aantal halen per minuut. |
Tempotraining
|
|
Conditionele roei-oefening die als doel heeft het temp omhoog te brengen. Zie ook: Tempotraining. |
Tempovariatie
|
|
Conditionele roei-oefening die tot doel heeft met verschillende tempi te (leren) roeien. Zie ook: Tempovariatie. |
Tien kleine kaboutertjes
|
|
Conditionele roeioefening. Zie ook: Tien kleine kaboutertjes. |
Trekstang
|
|
Stang(en) van rigger die naar achterzijde van boot wijst. |
Trim
|
|
Afstelbegrip dat de ligging van de lengterichting van de boot ten opzichte van het water aan geeft. Zie ook: Trim. |
Tub
|
|
Een wherry geschikt voor boordroeien. |
Tubben
|
|
Boot in balans houden door één of meer roeiers hun bladen op het water te laten leggen. Zie ook: Tubben. |
Twee
|
|
Smalle boot met daarin twee roeiers die ieder één of twee riemen hebben. Zie ook: Twee. |